Van tijdlijnwering naar contact vanuit liefde omdat de meeste mensen deugen?

Laatst werd ik gevraagd waarom het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman mij zo raakte. Zelfs de vraag die gesteld werd, raakte me meteen.

Zo vaak was ik naïef genoemd. Niet realistisch.
Niet alles overziend en … dom, want hoe kon ik zo’n vertrouwen hebben in de mens? Denken dat de meeste mensen deugen? Had ik dan misschien nog niet gezien en ervaren hoe mensen echt konden zijn? Was ik nooit belazerd? Keek ik geen journaal over de misère van de wereld? Zag ik niet hoe mensen elkaar nog steeds afslachten in naam van hun overtuiging of geloof? Of hoe keuzes worden gemaakt vanuit macht en versterking van deze macht ten koste van alles?

Zag ik al die wreedheden niet?
Ja, natuurlijk weet ik dat er horrorsituaties gebeurd zijn en nog steeds gebeuren…. Dat ontken ik niet. En Rutger Bregman in zijn boek ook niet. We zijn als mens tot verschrikkelijke dingen in staat. Een mild topje van die ‘slechte’ ijsberg zag ik bijvoorbeeld al tijdens mijn eerste werkplek in de verslavingszorg. Veel cliënten hadden ten tijde van hun gebruik ontoelaatbare dingen gedaan waaronder stelen, manipuleren, bedriegen en zelfs (zwaar) geweld. Geregeld kreeg ik de vraag hoe ik kon werken met deze mensen. De eerste keer verbaasde die vraag me zelfs. Ik had er geen moment over nagedacht of iemand de hulp wel of niet verdiende. Zeker, ontoelaatbaar en soms zelf afschuwelijk gedrag had plaatsgevonden. Maar als ik ze ontmoette, kwamen ze voor hulp. En wat ik zag was mensen die worstelden met hun verslaving en hun bestaan. Mensen die last hadden van schuldgevoel en hoopten dat ze een betere toekomst tegemoet gingen. En jazeker, Ik zag ook mensen die geen spijt hadden. Maar het merendeel had dit wel.

Of was ik dan nooit zelf belazerd?
Jazeker. Ook vaak genoeg. Zo ook dit jaar nog in Amerika. Mijn vinger werd groen na het kopen van een zilveren ring. Zelfs nadat we verhaal gingen halen, kreeg de verkoper het voor elkaar om ons met dezelfde ring naar buiten te laten gaan. De man deed het zo goed dat ik na mijn eerste kwaadheid eigenlijk alleen maar bewondering kon hebben voor zijn werkwijze. Een ‘meester-oplichter’, zo voelde het. En zo mooi toen ik las in het boek van Rutger Bregman over de psycholoog Maria Konnikova die een boek over meesteroplichters schreef. ‘Je kunt maar beter incalculeren dat je af en toe wordt opgelicht. Dat is een kleine prijs voor een heel leven waarin je anderen met vertrouwen tegemoet mag treden’. Ja precies! Ik was vaker opgelicht. Maar als ik dat afzet tegen de hoeveelheid mooie mensen die ik mocht ontmoeten en ontmoet in mijn leven, iedere keer weer. Dan is dat niet te vergelijken!

Heel eerlijk. Zelf was/ben 🙂 ik ook niet altijd vlekkeloos.
Als kind had ik een ander meisje geslagen vanuit frustratie. Thuis loog ik geregeld dat ik die chocolade echt niet uit de kast had ‘gepikt’ wat ik natuurlijk wel gedaan had. En ook de kleingeldverzameling van mijn vader miste soms ongevraagd een gulden omdat ik toch echt dat snoepje wilde kopen. Ja, wat stelt dat nu voor, zul je zeggen. Ik heb ook wel dingen gedaan die iets minder onschuldig waren. Zo verkocht ik mijn eerste auto voor veel meer dan ik er zelf voor betaald had, terwijl ik wist dat de auto het waarschijnlijk niet meer lang zou doen. Een heel lijstje opsommen, heeft geen meerwaarde, ik ben niet aan het biechten. Los van deze dingen, zou ik zo nog een lijst kunnen opsommen van gedrag waar ik zelf niet trots op ben. En waarbij ik makkelijk zou kunnen denken een ‘slecht mens’ te zijn.

Of wat te denken van mijn onwetendheid?
Bijvoorbeeld als het om grotere thema’s gaat. Ik denk nu over bepaalde zaken heel anders dan een aantal jaar geleden. Terwijl ik ook toen dacht ruimdenkend en goed geïnformeerd te zijn. Zo vond ik de zwarte-pieten-discussie maar lastig. Net zoals ik het verbod op negerzoenen of jodenkoeken niet goed snapte. Er werd toch niks kwaads mee bedoeld? Ik hield mijn mond. Want het besef van niet-weten daagde me wel uit om te kijken, lezen en luisteren naar anderen. Maar er echt een mening over vormen of ervoor staan? Nee, daartoe voelde ik me niet in staat. Terwijl ook dat soms of vaak hard nodig is. Want ook met nietsdoen kun je fout doen. Dat heeft de geschiedenis ons ook geleerd.

En grotere thema’s?
Ook worstel ik vaker met het thema ‘De Nederlandse identiteit’. Iedereen is welkom zei ik altijd. En dat geloof ik nog steeds. Maar toen er op TV geweigerd werd een vrouw de hand te schudden, vond ik dat lastig. ‘Het waren wel ‘onze waarden’, dacht ik zonder verder echt te weten wat ik ervan moest vinden. Nog los van het feit dat dit de handeling van een enkeling was en niet representatief voor een hele groep. Het riep wat in mij op. In ieder geval verwarring. Dat was niet wat ik geleerd had als respectvol handelen. Maar juist dat wat ons bindt, kan ons ook laten scheiden van de ander. We willen nu eenmaal graag ergens bijhoren of hebben dingen op een bepaalde manier geleerd of gedaan, waardoor we anderen met andere wensen en gedragingen (on)bewust uitsluiten.

Een ander perspectief!
Een ander perspectief ervoer ik toen ik laatst de documentaire over de Wij-Samenleving van Tegenlicht zag. Wat was ik onder de indruk! Zo mooi hoe naar voren kwam hoe juist diversiteit onze cultuur verrijkt en cultuur zich ontwikkelt in de loop van de tijd. Hoe we samen vormgeven aan onze ‘Wij-Maatschappij’. Hoe wij zelfs mensen die al hun leven lang in Nederland wonen nog steeds als ‘van buiten’ zien ondanks dat ze hier zijn opgegroeid. Het werd voor mij op dat moment zo duidelijk. Cultuur is geen vast gegeven. Cultuur ontstaat door de samenstelling van de groep. En als deze groep wijzigt, of de mening van deze groep wijzigt, dan wijzigt onze cultuur ook. Samen creëren WIJ onze Samenleving.

En dat brengt me weer terug bij het begin …
De ruimte om samen, ook met mensen die we niet kennen, en met andere gebruiken, een nieuwe wereld te creëren, vraagt om te durven vertrouwen. En dat vertrouwen is makkelijker als je mensbeeld uitgaat van dat de meeste mensen deugen en dus graag het goede doen. Vertrouwen dat belangrijke zaken zoals vrouwenrechten, vrijheid, gelijkheid, geweldloosheid etc, zaken waar we jaren voor gestreden hebben niet zomaar verdwijnen. Dit betekent in mijn ogen niet dat we onze ogen moeten sluiten voor het feit dat we ook juist vanuit het goede willen doen, de meest verschrikkelijke dingen kunnen doen. Of welke andere redenen eraan ten grondslag kunnen liggen dat we de ander niet in liefde kunnen benaderen. We maken allemaal fouten, wetend of ongeweten. Zie alleen al mijn eigen waslijst aan voorbeelden. Niet liefdevol reageren of omgaan met onze medemens en dieren gebeurt. En niet omdat we grotendeels slecht zijn. De meesten niet in ieder geval. Want kijk maar om je heen. Ken jij iemand die je aardig vindt die nooit een fout heeft gemaakt, nooit eens niet aardig is? Zich ergens schuldig aan heeft gemaakt, iets doet wat je niet vindt kunnen? Inclusief jezelf? En maakt dat die ander of jezelf dan meteen slecht als mens?

Juist daarom hebben we elkaar nodig
Ik besef nu eigenlijk pas, jaren later, dat er naast dat basisvertrouwen dat de meeste mensen deugen, iets anders bij mij speelde. De meeste mensen die mij vroegen hoe ik kon werken met deze “verslaafde medemens”, hadden zelf vaak geen echte ontmoeting gehad. Ze vormden zich een beeld op basis van verhalen, of op basis van wat ze zagen op afstand in de stad (dit was in de tijd dat in Heerlen nog in veel portieken de ‘verslaafde mens’ in de avond zijn nachtplek zocht). Onbekend maakt onbemind. Echt contact ontbrak. Mijn beeld werd echter gevormd door de ontmoeting die ik had. In deze gesprekken van mens tot mens, zag ik (verloren) dromen en verlangens, verdriet en hoop. Zag ik mensen die vochten voor een leven in gezondheid, liefde en verbinding. En in dit contact herkende ik geregeld mezelf en stroomde de liefde. Liefde voor het menszijn, met alle worstelingen en de bijbehorende fouten van het verleden als het ging om schending van mensenrechten, zonder deze goed te keuren.

Wil jij mijn tijdlijn verlaten?
En daarom moet ik steeds vaker denken over deze vraag die ik steeds vaker voorbij zie komen. Eerst wist ik niet zo goed wat ik ervan vond. Zeker, ik herken het ongemak van dingen tegenkomen op mijn tijdlijn waar ik zelf anders over denk. Die ik eigenlijk niet wil zien of horen. Zoals zwaar dierenleed of uitspraken waar ik het echt niet mee eens ben; dat buitenlanders maar terug moeten naar hun eigen land bijvoorbeeld. Of als ik zie dat een vreedzame uitvoering van het recht van meningsuiting met geweld onderdrukt wordt. Maar ook lichtere zaken vind ik lastig; als de toon van reageren bijvoorbeeld vinniger is dan hoe ik het prettig vind.
Wat zou het effect zijn, vraag ik me dan af, als ik iedereen ga vragen die anders denkt of doet, of gedrag laat zien dat ik niet jofel en zelfs soms afzichtelijk vind, vraag om mijn tijdlijn te verlaten? En natuurlijk, ik snap dat Facebook een ‘vriendennetwerk’ is. Maar ook echte vrienden denken en doen toch wel eens heel anders dan ikzelf? Ik moet er niet aan denken om al mijn vrienden te weren die anders denken dan ik of dingen doen die ik nooit zou doen en eigenlijk niet oké vind. Ik weet ook eerlijk niet of ik dan nog iemand zou overhouden? Want er is altijd wel iets waarover we van mening verschillen of wat we anders aanpakken. Ook betreft belangrijke thema’s. Maar nog los van vriendschap, want daar maken we wellicht sneller keuzes in wie we daar wel of niet bij vinden horen. Om welke reden dan ook. Wat gebeurt er als een groep ‘gelijkgestemden’ mijn enige informatiebron is die overblijft omdat ik afwijs en uitsluit wat volgens mij niet door de beugel kan? In real life vriendschappen of op de tijdlijn. Zou mijn wereldbeeld niet steeds nauwer worden en gaan afwijken van de realiteit? En zou ik de realiteit daarmee mooier maken? Ik betwijfel het.

Contact en liefde, omdat de meeste mensen deugen
Wat ik me dan ook nog afvraag …  als ik zou willen dat de ander anders gaat denken of zich anders gaat gedragen, is het dan niet juist goed om in contact te blijven met die ander? Natuurlijk kun je betwisten of Facebook het juiste medium is. Maar zeker gezien in deze tijd contact steeds meer digitaal plaatsvindt en ons bereik wel vele malen groter is daardoor en digitaal contact een opstap kan zijn naar daadwerkelijke ontmoetingen. Is het niet mooi als we dit medium juist veel meer gaan gebruiken om elkaar positief te beïnvloeden? Dus in plaats van te vragen de tijdlijn te verlaten of heel boos te worden, juist die ander te ‘besmetten’ met een ander perspectief? Gebracht vanuit liefde? Want juist in het contact met anderen ontstaat er ruimte voor een mogelijk ander perspectief en dus voor andere gevoelens, gedachten en keuzes, vooral als dit delen vanuit liefde gebeurt. En (bijna?) iedereen heeft behoefte aan liefde. Dat zie ik overal om me heen. En voel ik zelf natuurlijk ook. Niks fijner als mijn partner uiteindelijk een arm om me heen slaat als ik boos op hem ben. Of gewoon liefdevol kan blijven. Juist dat geeft ruimte om het verdriet en mijn daadwerkelijke verlangen te voelen dat er vaak onder zit en te beseffen dat mijn boze reactie misschien minder helpend en fair is.
Dus zou, ook op Facebook, met elkaar in contact blijven vanuit liefde dan ook niet een geweldige kans zijn om samen de verbindende kant op te bewegen en die nieuwe wij-samenleving te creëren? Zelfs als die ander niet meteen liefdevol terug reageert? Omdat we weten dat bij de meeste mensen ook de behoefte schuilt van liefde. Omdat we erop vertrouwen dat de meeste mensen deugen?

Ik ben benieuwd wat het brengt, jij ook?

zie filmpje van Rutger Bregman bij DWDD:

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *